gallery/c53849620edcbca9842eb1c9399df661_230x131

aritmomanie

het unieke pixelpatroon

op je eigengereide huid

beweegt sneller dan

ik wennen kan

 

voor ik een telritme vind

vliegen je spikkels

alweer op

als een leergierig

klasje spreeuwen

 

soms

zijn er dagen

dan

 

pak je je sproeten

bij elkaar

en verzamel je je

in mijn armen

 

het leven is

guller dan

ik tellen kan

op zulke dagen

BOT

kan een rotonde de botte bui van een kruispunt zijn

nooit meer afgesneden, de scherpe kant verdwenen

vroeg ik me zomaar af

toen ik in een staaltje overspronggedrag

een cirkeltje om je liep

tegen de klok in, met het verkeer mee

daarmee verradend

wat ik met mijn armen omvatten wilde

en jij

jij was de narcissen en de krokussen van het midden

zo zorgvuldig en kundig gerangschikt

dat ik wel moest en bleef kijken

het is altijd de berm

die het troosteloos karakter van asfalt draaglijk maakt

 

ook jij kan bot zijn

zoals de botte bui van een kruispunt bot zijn

ga ik met de klok mee of met de klok tegen

in hoeveel cirkels ik ook om je ga

ik heb me hierom juist aan jou nog nooit gesneden

hoe liefhebben ontstond

zoals de bloedneus

die pas wordt opgemerkt

wanneer een warme druppel

het bovenbeen raakt

in rode verf uiteenspat

nagenoeg direct 

wordt opgezogen

door smetteloos katoen

je kijkt ernaar en weet

je bent meer dan

een stap te laat

de neus ervoor

op te halen

het was al begonnen

voor het merkbaar voelde

je kon er niets aan doen

frambozen

lief, doe vandaag eens niet

je pak aan maar je laarzen

beloof ze de smaak van aarde

rul maar volkomen als verse sneeuw

laat me je das losknopen

van dichterbij dan nodig

en wees met mij vandaag

een herinnering voor later

laten we samen bramen plukken

of frambozen liever zelfs

zoete schrammen maken

om vanavond op de tast

te kunnen volgen op ons

van zon voldane huid

en als 't laatste licht

ons heeft verlaten

mag het over morgen gaan

je blijft toch een vlinder

de nieuwe morgen daagt je uit

je dromen na te jagen

en ik zal niet anders dan je

opnieuw in vrijheid laten

slijtvast

als ik je nog eens zal ontmoeten

omdat je daar was waar ik was

op exact hetzelfde moment

op een willekeurige dag

sluit dan voor een moment je ogen

druk je handen op je oren

zodat ik je ongezien omhelzen kan

je met mijn spreken niet zal vermoeien

wanneer ik je net zacht genoeg zeg

je bent zo onherroepelijk slijtvast

vergeten

hoe zal ik het vergeten

dat ik alweer aan je dacht

en dacht terwijl ik aan je dacht

dat ik zojuist al aan je had gedacht

en dat ik dat nou juist wilde vergeten

dat ik zelfs niet meer zou weten

dat ik was vergeten

dat ik niet meer aan je dacht

 

hoe zal ik het vergeten

ik zou 't thans niet weten

dat ik alweer een keer

nou goed, een paar keer meer

zonder te vergeten

aan je heb gedacht

DIT PAD

zeldzame vogel

waardevol gebrek
in de grond van dit pad

ben ik geworteld
mijn armen zijn mijn takken

waarmee ik onbewogen reik

naar jouw herhalend vertrek

als van de lucht ben jij

een vogel

van het land daarginds

de overkant

die ik, verzonken in mijn kluiten

nooit betrek

 

spreid jij je zinnige vleugels

dan trekt het aan mijn wortels

hoe ik je vleugels mis

en schrijnt

in de onbeweeglijkheid van mijn takken

sterker nog de mate

waarin dat belangrijk is

 

PERSPECTIEF VAN EEN BED

de avond legt een laagje stof over de kleuren

waarin je een naam schrijft om op te slapen

contouren zwoegen om gezien te blijven

piekeren of het donker ze laat bestaan

 

ik wacht tot je je bij me voegt, warm je en hou me stil

omdat nu nu is en jij me zocht

zolang de nacht niet opstaat, bewaar ik je gewicht

til je de uren over zonder echt nog te bestaan

trek jij je kennis uit, herdefinieert wat moet en mag

en zal het voor de nacht bewaren

 

je zoekt me zoals water ebt en vloedt

ik doe wel als 't zand en wacht 

stel me gerust in de gedachte 

nachten raken klaar maar toch ook eigenlijk nooit af

Zelfs als ik niet zoek,

vind ik vaker dan soms

en zeer zeker per ongeluk,

maar altijd toch vanzelfsprekend

een argument of een reden

om je werkelijk op te willen eten.

 

Akelig stuk vreten.

RAUWE LIEFDE

zoals ik bij mezelf hoor

zo hoort ook zoveel bij elkaar

op de plank het knusse paartje flessen

voor de witte en de bonte was

op de wasmachine een doosje knijpers

behoeftig grijpend in elkaar 

een stapel ongevouwen kledingstukken

ijverig verstrengeld op de vloer

de droger die onophoudelijk

op de wasmachine wacht

 

als ik het wasgoed naar de kamer draag

mijn neus druk in het frisse zacht

dan duizelt het een beetje

deze berg gewassen kreukels

die precies tussen mijn armen past

omhelst me alsof ik van elkander was

en voor een moment benadrukt dat 

hoe je veert onder mijn ribbenkast

 

WITTE EN BONTE WAS

jouw velletje heeft 

melanine geniest

 

kleine spetters

met zijn velen

groepsgewijs verdeeld

 

heel misschien zijn sproeten 

kuddedieren

 

ik zou je in kaart

willen brengen

 

stippen verbinden door 

paadjes te trekken

 

tot een dwaalspoor

onder katoen verdwijnt

 

als ik onder je

sproeten had gepast 

had ik je willen vertellen

 

dat een mens gemiddeld

25 moedervlekken heeft

 

je die van mij zou

mogen zoeken

als je je verveelt

 

dat je ook wat littekens

zou vinden

 

en dat ik niet weet

wat je zou treffen

als je me belangstellend

onder de huid keek

 

HERDER VAN JE HUID

ezelsoren

soms is een boek zo mooi

mooier dan de dag

die zich met zijn

onuitputtelijk lentegroen

toch al zo vredig

op het hart neervlijt

dat je als je het uit hebt

zorgzaam, als is het een 

pasgeboren dier

alle ezelsoren gladstrijkt

het zorgvuldig verstopt

in de binnenzak van je huid

bij al die soorten liefde

die je onderweg verzamelde

 

de huid is te elastisch

om ooit vol te raken

dat is waarom een mens

met de jaren uitdijt

omdat liefde om de

haverklap begint

maar als meervoud

nooit een grens bereikt

 

IN BOCHTEN RECHTDOOR

op de woorden die je zwijgt

stort ik zand en vruchtbaar verse aarde

plavei alleen voor mij een slingerpad

behangen met klimop, vlinders en blauwe regen

klinkend van koolmees, merels, krekels

en kikkers in verscholen nat

op zon verwarmde klinkers teken ik

sproeten van schaduw, dansend in gelig goud

en laat me op blote voeten behagen

teer en licht als een zeepbel

als een kadootje verpakt in een vliesje verdriet

lukt het me hier geluk te maken

al zou ik soms zo graag

als ik 's nachts mijn oor leg op het zachte gras

je pink vinden

om mijn hele lijf aan aan te haken